Petitie

 

Open brief aan de bevoegde ministers en staatssecretarissen (Federaal, Gewest, Gemeenschap: Sport, Gelijke Kansen, Stedenbouw, Onderwijs, Volksgezondheid) en aan alle Belgische media.

Dhr. Alexander De Croo, Dhr. Frank Vandenbroucke, Mw. Sarah Schlitz, Dhr. Rudi Vervoort, Dhr. Jan Jambon, Dhr. Elio Di Rupo, Dhr. Oliver Paasch, Dhr. Pierre-Yves Jeholet, Dhr.

Frédéric Daerden, Mw. Bénédicte Linard, Mw. Valérie Glatigny, Mw. Caroline Désir,

Mw. Christie Morreale, Dhr. Jean-Luc Crucke, Mw. Nawal Ben Hamou, Dhr. Pascal Smet, Dhr. Bart Somers, Dhr. Ben Weyts, Dhr. Wouter Beke, Dhr. Benjamin Dalle, Mw. Isabelle Weyckmans, Dhr. Antonios Antoniadis en Mw. Lydia Klinkenberg.

Enkele maanden voor de uitgestelde Olympische Spelen van Tokio verklaarde Thomas Bach, voorzitter van het Internationaal Olympisch Comité (IOC), trots: “Op de Olympische Spelen van Tokio 2020 deze zomer zullen we een genderevenwicht bereikt hebben met 48,8 procent vrouwen onder de deelnemende atleten.” Dit is vooruitgang, maar betekent dit cijfer ook gelijkheid en rechtvaardigheid? Wat is het percentage vrouwelijke coaches, scheidsrechters, officials, managers, administrateurs, artsen, fysiotherapeuten, commentatoren, journalisten en sportschrijvers in de sportdelegaties? Het is geen primeur als we zeggen dat dit percentage anno 2021 nog veel te laag is. Is sport gemaakt door mannen voor mannen? Het feit dat vrouwen nog steeds moeite hebben om door het glazen plafond te breken, doet dat vermoeden.

Ondanks de door onze politici ondertekende decreten, de goede bedoelingen, de ethische handvesten en de (zelf)genoegzame toespraken van onze sportautoriteiten, is de realiteit op het terrein dezelfde als wat de audiovisuele en mediasector ons laat zien: de schijnwerpers zijn bijna uitsluitend gericht op mannenteams en de sportprestaties van vrouwen worden niet met dezelfde woordenschat behandeld (wanneer mannen ‘geniale passes’, ‘gevechten op één voet’, ‘bloemlezingstreffers’, ‘stratosferische sprongen’, enz. maken, worden vrouwelijke atleten regelmatig beschreven met woorden die hun vermeende vrouwelijkheid, heteroseksualiteit, en verschillende primaire seksistische criteria benadrukken boven hun sportieve vaardigheden).

Er zijn uitzonderlijke vrouwen nodig (Kim Clijsters, Justine Henin, Nafissatou Thiam – om er maar een paar te noemen) om een minimum aan media-aandacht te verdienen. Erger nog, de media dragen bij tot een seksistisch en negatief beeld van vrouwen die intensieve en/of competitieve disciplines beoefenen. Meisjes en vrouwelijke tieners missen rolmodellen en sportvrouwen hebben het moeilijker om professioneel te worden als gevolg van deze onzichtbaarheid.

Het is algemeen bekend dat alle beroepssectoren te maken hebben met ongelijke verloning. De sportsector is echter een uiterst slechte leerling, zoals blijkt uit een snelle vergelijking van clubcontracten, sponsoring en prijzengeld voor vrouwen en mannen. Als de gesubsidieerde contracten (Adeps, Bloso, ACS…) voor iedereen identiek zijn, hebben de sportbonden weinig

te verantwoorden wat het beheer van hun begrotingen betreft (laten we nochtans niet vergeten dat die uit overheidsmiddelen komen).

Wij hebben in veel federaties ongerechtvaardigde verschillen in investeringen tussen mannen- en vrouwenteams vastgesteld (bv. nationale uitrusting alleen afkomstig uit de mannenvoorraad, minder uitgebreide sportprogrammering voor vrouwen, aanwezigheid van fysiotherapeuten op mannen- of gemengde kampen maar niet noodzakelijk op vrouwenkampen, grotere individuele subsidies voor mannen, enz.).

Afgezien van de deelnamestatistieken of het aantal gefinancierde sporten, rijzen bij nader onderzoek ernstige vragen: wat is de budgettaire verhouding, de inspanningen en de steun voor de ene sport tegenover de andere (‘mannen-’ vs. ‘vrouwen-’sport, mannen- vs. vrouwenploegen, vrouwen- vs. mannenploegen in Belgische/regionaal/provinciaal verband, mannen- vs. vrouwencompetitiecircuit, ontwikkelingskansen voor de ene tegenover de andere, enz. – vragen die reeds in Canada werden gesteld door Dr Guylaine Demers)?

Deze discriminaties betreffen uiteraard niet alleen de topsport. In alle clubs en scholen (sportklassen en speelplaatsen) moet werk gemaakt worden van deconstructie en opvoeding, te beginnen bij de kleuterschool, waar de volwassenen van morgen elkaar ontmoeten en worden gevormd.

De sport, ongeacht het niveau en de leeftijdscategorie, creëert een omgeving die bevorderlijk is voor de ontwikkeling en emancipatie van eenieder. Door sport open te stellen voor meisjes en vrouwen kunnen zij zich bevrijden van culturele of religieuze beperkingen en in contact komen met een gemengde samenleving. Het is ook een kwestie van volksgezondheid, aangezien regelmatige sportbeoefening de geestelijke en lichamelijke gezondheid bevordert en onder meer het risico van borstkanker en hart- en vaatziekten bij vrouwen zou verminderen.

Om iedereen in staat te stellen zich bij de beoefening van een lichamelijke activiteit te ontplooien, moeten alle verantwoordelijke personen die de universele waarden van de sport vertegenwoordigen of die leiding geven aan jeugdgroepen en sportteams, verplicht worden een opleiding te volgen in de strijd tegen discriminerend en seksistisch gedrag.

Deze strijd vindt ook plaats in de stedelijke openbare ruimte, die meestal gedomineerd wordt door mannen. Ook al zijn openbare plaatsen in principe toegankelijk voor iedereen, toch blijkt uit de infrastructuur voor buitensporten en speelplaatsen dat er een echte segregatie bestaat ten opzichte van meisjes. Deze de facto mannelijke bezetting maakt de openbare ruimte niet toegankelijk voor hen.

Tot slot willen wij het ernstige gendergerelateerde geweld in de sport aan de kaak stellen, alsook de omerta betreffende het psychologische en fysieke misbruik waarvan vele vrouwelijke én mannelijke sporters het slachtoffer zijn. Dit gaat hand in hand met de algemene straffeloosheid die de daders van deze onaanvaardbare daden genieten. Deze straffeloosheid is een rechtstreeks gevolg van de houding van de verantwoordelijke structuren, die aarzelen om hun atleten te beschermen, waarbij de zeldzame gevallen die worden gemeld doorgaans intern in de doofpot worden gestopt. We moeten vaststellen dat

dit zelfs averechts kan werken voor de ‘klokkenluidster’, die er vaak de voorkeur aan zal geven haar rechten niet te doen gelden om te vermijden dat haar carrière wordt vernietigd.

Door de giftige mechanismen van het milieu (conditionering tot lijden, onderwerping aan het gezag en de politiek van de medaille ‘tot elke prijs’) hebben sportvrouwen geen alternatief in geval van uitglijders. (Voorbeelden van concrete gevallen: Mijn ex-coach noemde mijn moeder en mij “sletten” in het bijzijn van de technisch directeur. De federatie zei hem “het niet meer te doen” / Ik diende een klacht in tegen een coach wegens seksuele en morele intimidatie, mijn federatie beschermde hem / Maart 2021: Een trainer van een club werd veroordeeld tot 12 maanden gevangenisstraf, waarbij de rechtbank wees op “een risico op recidive in het kader van zijn taken bij het toezicht op minderjarigen” bij een klacht

van zijn minderjarige pupil wegens betasting en onfatsoenlijke aanranding. De sportfederatie besloot hem niet uit zijn functie te ontheffen, in afwachting van het vonnis in hoger beroep en onder het mom van het ‘vermoeden van onschuld’ dat zeker moet worden gerespecteerd, maar niet ten koste van het noodzakelijke voorzichtigheidsbeginsel).

Er zijn wetten aangenomen, maar wat hebben die voor zin als ze niet worden toegepast? Hoeveel vrouwelijke atleten zijn er niet achtergelaten aan de rand van looppistes, velden, zwembaden, dojo’s, enzovoort, en hoeveel generaties zijn er niet opgeofferd?

In de zomer van 2021 – een jaar dus na de mooie uitspraken van de IOC-voorzitter – zullen de Belgische sporters in Tokio met trots de Belgische kleuren verdedigen. Elke atleet zal proberen zichzelf te overtreffen en de Sport zal feestvieren, in al haar disciplines en diversiteit.

U staat garant voor onze democratie. U bent vastbesloten te strijden tegen alle vormen van discriminatie, in het bijzonder seksisme. Het is uw plicht alle nodige maatregelen te nemen om de ‘rechten van mannen en vrouwen’ te vrijwaren. Waar wacht u nog op om een einde te maken aan de onzichtbaarheid en de segregatie, zowel in hun specifieke omgeving als in de openbare ruimte, waarvan sportvrouwen het slachtoffer zijn?

Wij richten dit verzoek tot u, zodat we ons voor de volgende Olympische Spelen in Parijs 2024 echt kunnen verheugen op daadwerkelijke gelijkheid en rechtvaardigheid tussen jongens en meisjes, mannen en vrouwen, in alle sportdisciplines.

Rekenend op uw begrip en steun, verblijven wij,

Hoogachtend.

De Belgische Sportbeweging.

Zij hebben al onze bried ondertekend…. waarom jij niet ?

Charline Van Snick, Sofie Gierts, Justine Henin, Jolien D’Hoore, Ryad Merhy, Cynthia Bolingo, Emma Meesseman, Chloé Caulier, Anna Van Bellinghen, Fanny Appes, Lola Mansour, Jill Boon, Eline Berings, Elise Vanderelst, Claire Michel, Camille Laus, Luana Debatty, Fanny Smets, Cecile Blondiau, Alessia Corrao, Amandine Verstappen, Renaud Barral, Licai Pourtois, Mohammed El Marcouchi, Thalya Culot, Jean-François Lenvain, Laurence Rase, Joy Jouret, Carole Bam, Fabrice Flamand, Nadia Bertrand, Lucas Buonopane, Damien Bomboir, Mathias Jardin, Laurine Delforge, Mehdi Datoussaid, David Letor, Dany Closset, Jean Colinet, Damien Brevers, Apolline Vranken, Marie-France Zicot CEMEA, Aurélie Aromatario, Tous à Bord, Minh-Lan Nguyen, et Anne Looze, Janice Cayman, Julie Biesmans, Davina Philtjens, Catherine Lallemand.

onderteken hieronder onze petitie, Bedankt aan iedereen die deze petitie heeft ondertekend